Toer reglement MTC de Veluwe

 

                                                                                                                               Versie 7 april 2014

Artikel 1.

Het bestuur van MTC de Veluwe stelt zich niet aansprakelijk voor fouten van individuele leden. De club is wel, via het KNMV, WA verzekerd.

Artikel 2.

De motoren van de deelnemers dienen technisch in goede staat te zijn en minimaal WA verzekerd.

Artikel 3.

Men is op tijd aanwezig met een volle tank, een goed humeur en bij vertrek een lege blaas.

Artikel 4.

Alle ritten worden voorgereden door de Voorrijder (VR) en een vaste achterrijder (AR) De VR en de AR beschikken allebei over een GSM.

Artikel 5.

Voor de aanvang van een rit worden de telefoonnummers van de VR en de AR bekend gemaakt zodat andere rijders deze kunnen opslaan.

Artikel 6.

Een kleine tankinhoud dient tevoren aan de VR te worden gemeld.

Artikel 7.

De route wordt vooraf in een electronische versie (GDB, GPX of ITX) door de toercommissaris beschikbaar gesteld. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken.

Artikel 8.

Bij een eerder verlaten van de rit: melden bij de VR en dit duidelijk kenbaar maken bij de andere deelnemers.

Artikel 9.

De opstelling van de formatie is baksteensgewijs ( __—__— ).

Artikel 10.

Vanaf het verzamelen voor de rit tot einde rit wordt er geen alcohol genuttigd door de deelnemers en door de duo’s.

Artikel 11.

Tijdens het rijden blijft de formatie zoveel mogelijk gehandhaafd.

Artikel 12.

Meestal is de snelheid achter in de groep hoger. Ben je onervaren, ga dan voorin rijden. Dat is ook voor de voorrijder makkelijk: hij kan dan beter zien of het te snel gaat, en de snelheid aanpassen.

Artikel 13.

De positie die je aan het begin van de rit inneemt behoud je tot het eind. Er wordt dus tijdens het rijden absoluut niet onderling ingehaald. Je brengt daardoor niet alleen jezelf in gevaar, maar ook anderen in de groep.

Artikel 14.

Binnen de bebouwde kom dient de formatie kort en gesloten te zijn, hierbij wordt wel een veilige afstand gehouden.

Artikel 15.

Bij het uiteenvallen van de formatie blijft steeds de laatste motorrijder, op een duidelijk zichtbare plek, achter bij een richtingsverandering van de groep.

Artikel 16.

Bij pech stoppen alleen de laatste twee motoren. Degene met pech zorgt dat deze op een veilige, duidelijk zichtbare plek langs de route zijn probleem kenbaar maakt. De AR heeft de keus: ofwel de AR stuurt de andere rijder naar voren om de groep op een veilige plaats te laten stoppen, dan wel om hulp te vragen, ofwel hij maakt aan de VR bekend via telefoon of SMS wat er aan de hand is.

Artikel 17.

Men dient de aanwijzingen van de VR op te volgen. Klachten dienen aan het bestuur voorgedragen te worden en niet tijdens de rit zelf.

Artikel 18.

Opstellen voor vertrek: gebeurt altijd zonder andere weggebruikers te hinderen.

Artikel 19.

Indien je “gaten” in de formatie laat vallen, tijdens bv. bochten rijden, dien je op het rechte stuk weer aan te sluiten.

Artikel 20.

Indien je na het inhalen weer op je eigen weghelft komt, goed door blijven rijden zodat deelnemers die achter je inhalen ook makkelijk in kunnen voegen.

Artikel 21.

Het inhalen op de snelweg dient ieder voor zich te doen en niet als groep en-bloc naar links gaan.

Artikel 22.

Begin en eind van de rit is bij ons clubhuis, tenzij anders aangegeven